Sociaal ongepast?

3 juni 2010 | Gepost door: Redactie

Als redacteur van deze rubriek moet ik (man, 50+) iets bekennen. Het overkwam me. Noodgevalletje. Hoge nood, om exact te zijn. Het is zondagmiddag 16 mei. Galgenwaard, de thuisbasis van FC Utrecht. Samen met 20.000 andere liefhebbers ben ik toeschouwer van de laatste wedstrijd van het seizoen. De moeite waard, in een leuke pot wint Utrecht met 4-1 (van Roda) en plaatst zich voor Europees voetbal. Maar dat terzijde. Waar het om gaat, is mijn pauze-ervaring in de stadioncatacomben, waar je moet zijn  voor de horeca én sanitaire voorzieningen.

 

Het is voor mij één van die dagen met een verhoogde blaasactiviteit – laat eens naar je prostaat kijken, roepen mijn gezinsleden al jaren...
Hoewel ik voor de wedstrijd al ben geweest, moet ik toch weer. En niet als enige, sterker nog, voor het eerst in mijn leven zie ik filevorming voor de herentoiletten. (Voor damestoiletten staan bij grote evenementen altijd files, als bekend.) Maar nu dus ook heren: en niet een beetje, maar rijen met tientallen behoeftige blaasdragers. Bij het ene toilet nog langer dan bij het andere plascentrum. De moed zakt me in de schoenen, nog los van een bijkomend ‘niet-in-het-openbaar-kunnen-urineren-want-dan-verkramp-ik’ reflex, wat het wachten er niet korter op maakt.

 

Na vijf lange minuten zonder enige vordering in de rij, maar een wel gevorderde blaasdruk, kan ik de druk niet weerstaan en ga over op plan SO, of wel een daad van sociale ongepastheid. Althans zo kijk/keek ik er altijd naar als ik anderen soortgelijke acties zie ondernemen.

Ik piep zo argeloos mogelijk het totaal verlaten invalidentoilet binnen, en kies de dichtstbijzijnde deur. Deze toiletruimte is echt ruim – ja natuurlijk, sukkel, je moet er wel met een stoel in kunnen manouevreren.

Moeizaam maar ontspannen geef ik mijn blaas de ruimte. Naarmate die leger drupt, stijgt mijn normbesef weer; ik noteer: blaas en normbesef zijn communicerende vaten. En ik beland in een interne discussie met mijzelf.

Dit kun je toch niet maken? – Nee, maar eh, nood breekt wet. – Je bent toch niet gehandicapt? – Nee, nou ja, hoewel, met zo’n onvoorspelbare blaas/prostaat is het ook best lastig soms, geldt dat niet als periodieke beperking? – Doe niet zo stom, het is asociaal !  

Na het doorspoelen ga ik weer zo onopvallend mogelijk naar buiten. Ik betrap mezelf er op dat ik de eerste tien meter een beetje trek met mijn linkerbeen, onbewust(?) een miniem zichtbare handicap simulerend, als dekmantel die, voor de oplettende volger,  wonderbaarlijk geneest zodra  ik oplos in de massa. Opgelucht, met dank aan de gehandicapte medemens! Maar onderhuids blijft het schuren…

 

De volgende ochtend kan ik het een beetje goedmaken. Ik vang, in het park, de loslopende hond op die toebehoort aan een vrouw in een rolstoel. Zij zit er wat hulpeloos bij, midden op het fietspad, roepend naar haar niet luisterende vlooienkolonie. Ik koppel de ongehoorzame Bello weer aan de riem. Warme dankbaarheid is mijn deel. ‘Graag gedaan.’ zeg ik. ‘Als je elkaar kunt helpen, doe je  dat toch?”

Bart C. van der Harst

Ter discussie: Mogen niet-gehandicapten gebruik maken van een invalidentoilet? En hoe kijk je als gehandicapte ertegenaan, als je het meemaakt.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

2 reacties op “Sociaal ongepast?”

  1. mariska Zegt:

    Zelf heb ik meegemaakt dat een rolstoelende collega een lopende bezoeker van het invalidentoillet boos / geirriteerd zei dat hij het ongepast vond, dat hij moest wachten tot zij eruit kwam. Natuurlijk trek je je dat wel aan, ik ook , want ik was die week ervoor ook snel op de ruime en schone toilet gegaan, omdat de kleine toiletten ernaast afgesloten waren voor schoonmaak. Dus je denkt er nog verder over na, wat je er nou van vindt.
    Toch vind ik zijn reactie onterecht, want wie kan aan een lopend persoon zien of deze wellicht ook gebruik moet maken van voorzieningen in het invalidentoilet? Er zijn ook vele onzichtbare beperkingen, als mensen normaal functionerend en gekleed rondlopen in onze dagelijkse omgeving. Was mijn collega ook geirriteerd op iemand die met een loophulpmiddel/ rolstoel uit de toilet kwam, omdat hij gewoon haast had? Hij is ook maar een mens. We reageren allemaal wel eens onterecht. Wel vind ik dat iemand die de voorziening niet echt nodig heeft voorrang moet geven aan iemand die de voorziening wel nodig heeft, beseffend dat deze afhankelijkheid niet altijd zichtbaar is.

  2. JaapV Zegt:

    Een invalidentoilet is voor iedereen. De meest logische aanduiding erop is man-vrouw-rolstoel. Ik probeer al jaren via een aantal projecten over toegankelijkheid (voor iedereen) de beeldvorming van mensen over gehandicapten positief te beïnvloeden. Gehandicapten zijn namelijk gewone mensen veelal met gewone inkomens, maar die bij een aantal zaken hulp nodig hebben. Net zoals oude, korte, dikke of lange mensen. Een invalidentoilet is er zo een. Die brengt toegankelijkheid voor iedereen weer een stukje dichterbij. Dus ook voor ongehandicapten die nodig moeten.

Mijn reactie