In grote lijnen hebben ze de juiste problemen te pakken in het rapport van de commissie Maatstaf: ‘Meer Mogelijk maken, studeren met een functiebeperking in het hoger onderwijs.’ Maar het probleem blijft ‘m zitten in de context. Ook buiten de onderwijsinstellingen zijn elementen die van invloed zijn op succesvol studeren van jongeren met een functiebeperking. En dat kan en moet anders. Marieke de Koning, zelf ervaringsdeskundige als student met functiebeperking in het Hoger Onderwijs en werkzaam bij CrossOver, deelt haar ervaringen in drie delen. Vandaag deel 1.
Ondersteuning bij planning en organisatie
De commissie Maatstaf beschrijft dat veel studenten met een functiebeperking in meer of mindere mate hulp en ondersteuning nodig hebben bij het plannen en organiseren van hun studie. Ik vraag me af in hoeverre een instelling voor onderwijs dit allemaal kan overzien, en hier voldoende ondersteuning kan bieden. Gedeeltelijk gebaseerd op mijn eigen ervaring klopt het dat je meer dingen te regelen en te doen hebt door je beperking. Denk bijvoorbeeld aan therapieën en behandelingen. Daarnaast kosten de activiteiten naast je studie vaak ook extra tijd en energie. Je moet dus niet alleen je studieactiviteiten plannen, maar ook alle andere activiteiten.
Flexibiliteit
In het advies wordt meer flexibiliteit gevraagd van onderwijsinstellingen. Dat is een goed advies, maar er is nog steeds te weinig aandacht voor de context. Eén van de redenen die genoemd wordt is de afhankelijkheid van speciaal vervoer. Deze flexibiliteit is fijn, want als je bijvoorbeeld later aankomt voor je tentamen doordat je taxi te laat is, hoef je geen herkansing te maken. Maar in mijn ogen zou het beter zijn als taxibedrijven zich aan de afspraken houden en je gewoon op tijd bij je tentamen afleveren!
Volgende week in deel 2 meer adviezen van de commissie en commentaar van Marieke.
Meedisscusieren over dit onderwerp? Word lid van de LinkedIngroep: CrossOver.
Gerelateerde berichten:

