Het is bijna 18.00 uur als het tijd is voor het kennismakingsinterview met Jacco Holthuis (28), de winnaar van de CAPAwards 2009 en daarmee een jaar lang de nieuwe Ambassadeur van Onbeperkt NL. In deze rol zal hij werken aan het verbeteren van de positie van mensen met een functiebeperking. Hij wordt daarbij ondersteunt door het Revalidatiefonds. We treffen elkaar in de directiekamer van het fonds, op de dag dat zijn voorgangster Monique Wijnen na een bewogen jaar afscheid neemt. Wie is Jacco Holthuis en wat wil hij bereiken? Ik ben benieuwd naar zijn antwoorden.
Wie is Jacco Holthuis?
“Ik ben een ambitieuze jongen van 28 uit Den Haag, die dankzij zijn handicap volop in het leven staat. Tot op heden, heb ik altijd kunnen doen wat ik wilde, mijn handicap zorgde juist voor het doorzettingsvermogen dat daarvoor nodig was. ‘Altijd doorgaan’, is wat ik heb geleerd, ook al loop je soms tegen bergen op. Na het VWO te hebben gedaan op een reguliere school, ging ik rechten studeren aan de universiteit van Tilburg. Niet omdat ik iets wilde doen aan onrecht maar gewoon omdat ik het leuk vond. Nu ben ik griffier bij de Raad van State en ik heb de ambitie om uiteindelijk bestuursrechter te worden.”

Waarom deed je mee aan de CAPAwards 2009?
“Tijdens mijn studie kwam ik er al snel achter dat niet alle gebouwen van de universiteit even goed toegankelijk waren. Ik loop moeilijk en te veel lopen is ook niet goed voor mijn botten. Trappen zonder leuning kom ik niet op. Ik heb me er toen sterk voor gemaakt dat er geld kwam om aanpassingen te doen. Het was een van de eerste keren dat ik echt bezig was met het thema ‘omgaan met je beperking.’ De universiteit werkte gelukkig goed mee. Toen ik begon met studeren was het allemaal niet zo toegankelijk, toen ik er wegging was dat wel anders. Door mee te doen aan de CAPawards wil ik mensen laten zien dat een handicap geen belemmering moet zijn om mee te doen aan de maatschappij. Toegankelijkheid is daarbij een van mijn speerpunten. ”
Je ambassadeurschap is, laten we zeggen, bizar begonnen. Hoe heb je de eerste weken beleefd?
“Op de avond zelf waren er alleen maar verliezers. David Magee, die uiteindelijk niet de winnaar bleek, de organisatie van het programma, de redactie en ikzelf die de huldiging op de televisie moest mislopen. Bizar. Het is gewoon heel vervelend, maar het gevoel over de fout is nu wel weggezakt. Iedereen waarmee je sprak begon over de fout. Wat er precies is misgegaan weet ik niet en ik ben er ook niet verantwoordelijk voor natuurlijk.
Nu wil ik vol voor het ambassadeurschap gaan. Ik heb op mijn winst ook veel positieve reacties gehad. Van trotse familie, vrienden en collega’s, maar ook van de burgemeester van Breda (mijn geboorteplaats). En ik ben gehuldigd bij de wedstrijd NAC –Heerenveen. Dat was erg leuk, ik ben een fanatieke supporter van NAC en kreeg veel stemmen van andere supporters!
Zoveel belangstelling voelt vreemd, maar ik heb de kans gegrepen om mijn standpunten onder de aandacht te brengen. Dit zal ik met ondersteuning van het Revalidatiefonds het komend jaar vol enthousiasme doorzetten. “
Wat is je belangrijkste speerpunt als Ambassadeur Onbeperkt NL?
“Voor mij is arbeid het belangrijkste. Naar mijn idee kun je de arbeidsmarktpositie alleen verbeteren door de problemen bij de bron aan te pakken. Het eerste moment waarop ik bewust nadacht over mijn toekomst wat betreft werk, was tijdens het maken van mijn studiekeuze. Juist mensen met een beperking moeten tijdens hun studie een belangrijke basis leggen om een plek te kunnen verwerven op de arbeidsmarkt. Veel mensen zeggen al snel: ‘ Kun je dat wel? Zou je dat nou wel doen?’ Mijn studie kostte mij op sommige vlakken dan ook wel meer moeite. Omdat ik heel moeilijk loop was het Openbaar vervoer lastig te gebruiken en was het dus niet altijd even gemakkelijk om op de universiteit te komen.
Het was niet makkelijk een goed toegankelijke en betaalbare kamer te vinden. Bovendien zag ik er destijds een beetje tegen op uit huis te gaan. Achteraf gezien, misschien jammer. Inmiddels weet ik dat het enorme kick geeft een eigen plekje te hebben en daar zelfstandig te wonen.
Ik ken de huidige situatie niet, want ik ben al een tijdje weg, maar toen ik begon met studeren waren er allerlei verschillende regelingen voor studenten met een handicap op de universiteit van Tilburg. Een uniforme regeling, die was er niet. Dat heb ik direct aangepakt.”
CrossOver wil dat zoveel mogelijk jongeren met een beperking economisch zelfstandig kunnen zijn. Zie je daar voor jezelf een rol in?
“Tegen werkgevers zou ik zeker willen zeggen dat ze meer uit zouden mogen gaan van kansen en mogelijkheden. Te veel werkgevers zitten nog vast in onmogelijkheden-denken. Praktische problemen, vaak ziek, vaak moe, dat soort dingen. Zonder het af te zetten tegen mensen zonder een beperking: veel jongeren zijn juist heel ambitieus en extra gemotiveerd! Natuurlijk is iedere beperking anders, het is dus maatwerk. Maar het kan echt. Bij de Raad van State werken nog meer mensen met een beperking. Er wordt echt gekeken naar mogelijkheden. De Raad is een goed voorbeeld voor andere werkgevers. Ik hoop dat het tegen het einde van mijn ambassadeurschap meer gemeengoed is om jongeren met een beperking in dienst te hebben in bedrijven en organisaties. Ik zal mijn uiterste best doen om dat bewustwordingsproces dat daarvoor nodig is ingang te zetten.”
Met wie wil je zo snel mogelijk een gesprek?
“Een ontmoeting met de premier is natuurlijk een krent in de pap. Balkenende is heel betrokken bij het thema van de CAPWards, het ambassadeurschap. Maar een ander belangrijk speerpunt van mij is sport. Als fanatiek roeier in een twee-zonder zie ik een match met Erika Terpstra. Zij legt dezelfde ambitie aan de dag als ik. In de sport kan ik mijn emotie en agressie kwijt. Het geeft me zelfvertrouwen en dat komt ook weer van pas in werk! Ik zou haar heel graag willen ontmoeten, dus we gaan zeker kijken hoe we dat in kunnen vullen!”
Binnen de LinkedIn-groep van CrossOver is een discussie ontstaan over de vraag: ‘Hoe benoem je een beperking?’ Hoe sta je hierin?
De discussie is hier terug te vinden .
“Met name in de puberteit zat ik in een periode van ontkenning en verdriet. Ik vond het moeilijk om het een naam te geven. Ik zei liever niet dat ik ‘gehandicapt’ was. In de loop der jaren heb ik wel geleerd om zo open mogelijk over mijn handicap te praten. Ik zeg nu gewoon ‘ik ben gehandicapt, ben spastisch.’ Ik loop niet weg voor de werkelijkheid, maar achter mijn handicap zit de persoon Jacco die optimistisch in het leven staat. Kortom, of je het nu hebt over een handicap, functiebeperking of een lastig lichaam: het is maar een klein onderdeel van je persoonlijkheid. Die omvat zo veel meer.”
Ik vroeg Jacco tot slot welke vraag hij nog mist.
Wat zou je mensen met een handicap in Nederland nog willen meegeven?
“ Laat je handicap geen belemmering zijn om leuke dingen te doen, een carrière aan te pakken en de kansen te pakken die op je pad komen.”

